Net nu extra inzetten op Sense of home

Je ouders en grootouders bezoeken in het woonzorgcentrum? Dat is de komende weken uit den boze. Maar hoe gaan we daar best mee om? En hoe kunnen we onze familieleden daarin begeleiden? Maite Mallentjer (expert kwaliteit van wonen en leven, lector ouderenpsychologie aan de AP Hogeschool) geeft tips in Libelle, interview door Sanne van Britsom

Geen bezoek in het woonzorgcentrum. Voor heel wat mensen is het niet makkelijk, maar toch is het een maatregel die we strikt moeten volgen. Het belangrijkste op dit moment? De bewoners en het zorgkundig team het volle vertrouwen geven. 

Thuis in het woonzorgcentrum: zo doe je dat

“Maar al te vaak onderschatten we de kracht van zorgkundigen én de bewoners. Terwijl er heel wat manieren zijn om het leefbaar en aangenaam te houden. Je creëert voor mensen een nieuwe thuis, waarin autonomie erg belangrijk is, en het is nu hét moment om daar ook stevig werk van te maken.”

Een eigen plekje

“Mensen moeten zich thuis voelen op hun kamer. We moeten er dus voor zorgen dat onze ouders of grootouders hun spulletjes bij zich hebben. Denk maar aan foto’s, leuke hebbedingen of andere zaken waar ze aan gehecht zijn. Dat thuisgevoel creëren is een absolute must. Heel wat woonzorgcentra werken nu al met bijvoorbeeld pakketjes die binnengebracht kunnen worden, maak daar dan ook gebruik van.”

Verbondenheid

“Het is een raad die ik aan elke bewoner wil geven: wanneer je samen in een situatie zit waar je niet omheen kunt, kan het ook net een moment zijn om je omgeving beter te leren kennen. Dat groepsgevoel is zo belangrijk. Natuurlijk moet je afstand bewaren en geen grote activiteiten organiseren, maar leer elkaar kennen. Praat met de zorgkundigen, praat met je medebewoners. Die verbondenheid draag je mee naar de toekomst.

Dat gebeurt trouwens ook nu al. Ik merk dat bij mijn grootmoeder van 94. Ze was zo teleurgesteld omdat haar kapster niet meer bij haar mocht komen. Maar nu is er een zorgkundige die gezegd heeft: ‘Maak je geen zorgen, ik zal je haar wel doen.’ Mensen hébben echt iets aan elkaar en maken er samen het beste van.

Contact met de buitenwereld

“Hier moeten woonzorgcentra zo creatief mogelijk op inzetten om de brug te maken naar buiten. Je merkt dat veel centra dat al beginnen doen. Ze proberen te bekijken of mensen kunnen skypen. Mijn studenten gaan ook contact leggen met bewoners via dubbele briefkaartjes. De bewoners kunnen ons dan een briefje terugschrijven door het dubbeltje af te scheuren en in te vullen. De mogelijkheden zijn er, maar we moeten er creatief mee omspringen.

Ik merk trouwens al een positieve tendens. Mijn eigen kinderen springen normaal om de twee à drie weken binnen bij hun grootmoeder. Nu bellen ze elke dag een paar minuutjes over en weer. Het contact is al intenser en straks heeft ze niet eens de tijd meer om rustig haar krant te lezen (lacht).”

De kwaliteiten en talenten van de bewoners

“Ik kan er niet genoeg op hameren: het is niet omdat je oud bent, dat je niets meer kunt. Laat bewoners helpen waar nodig, geef hen de kans om mee na te denken en hun kwaliteiten in de verf te zetten. Misschien kan iemand met een laptop wel andere bewoners helpen om in contact te komen met familieleden? Iemand die nog vlotjes kan praten, kan misschien meehelpen met telefoons opnemen van ongeruste familieleden? Andere mensen kunnen helpen met de juiste pakketjes naar de kamers te brengen. Het kan het samenleven alleen maar bevorderen, toch?”

En wat met de angst?

“Natuurlijk zijn er bewoners met angsten en twijfels, dat is ook niet onlogisch. Maar het is belangrijk dat we blijven geruststellen, relativeren en kaderen. Ga er ook serieus op in en wimpel die angsten niet zomaar weg. Vraag naar wanneer ze nog zoiets hebben meegemaakt (de oorlog, Spaanse griep, …) en hoe ze dat toen beleefden, zodat ze de moed vinden om er ook nu dapper mee om te gaan.”

Wat met bewoners die symptomen van dementie vertonen?

“Ook dat zal een oefening zijn, maar vertrouw daarin vooral op het personeel. In een beginfase zullen mensen misschien vaker naar houvast zoeken en telkens opnieuw om uitleg vragen, maar in verregaande fases zal dat minder het geval zijn. Meegaan in de beleving van de bewoner is het belangrijkste en het is niet altijd zo goed om hen te hard te confronteren met de realiteit.”

Wat met ons schuldgevoel?

“Het is normaal dat je gemengde gevoelens hebt bij de maatregelen, maar weet dat je familieleden op dit moment nergens zo veilig zijn als in het centrum waar ze verblijven. Bedenk dat die keuze tijdelijk is én noodzakelijk. Voel je niet schuldig en denk ook aan de andere bewoners. Je zou ook niet willen dat een andere bewoner nog gasten ontvangt die misschien besmet zijn. We moeten nu extra zorg dragen voor elkaar, dus hou dat in je achterhoofd en probeer op een andere manier te helpen waar nodig, door bijvoorbeeld het personeel een hart onder de riem te steken.”

Denk aan het personeel

“De volgende weken worden niet evident, maar toch zul je zien dat er elke dag weer zorgkundigen en andere personeelsleden in de weer zijn om de bewoners met hart en ziel te verzorgen en begeleiden. Vergeet ook hen niet. Ook zij hebben een gezin waar ze voor moeten zorgen en ook voor hen draait het leven verder. Misschien is het wel de uitgelezen kans om ook hen eens een pakketje te brengen en hen te bedanken.”